Zwemmen en blessures

In Nederland zijn er ongeveer 133.000 zwemmers aangesloten bij de KNZB, Koninklijke Nederlandse Zwembond. Met jaarlijks zo'n 19.000 blessures komen er relatief weinig blessures voor in de zwemsport. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de krachten die op het lichaam werken minder intens zijn in het water dan op het land. De meeste klachten die zwemmers ervaren zijn klachten aan de schouders, maar ook kunnen er klachten ontstaan aan o.a. de rug, lies en aan de knieën.

Waardoor ontstaan zwemblessures?

Zwemblessures ontstaan om verschillende redenen. De meest voorkomende zwemblessure bij topzwemmers is de zogenaamde zwemmersschouder, een aandoening van de schouderpezen. Daarnaast zijn peesontstekingen, knie- en liesklachten de meest voorkomende blessures, meestal als gevolg door een verkeerd aangeleerde techniek of als gevolg van overbelasting. Structurele afwijkingen zoals de ziekte van Osgood Schlatter of Sinding Larsen Johansson syndroom kunnen ook zwemblessures veroorzaken. 

Zwemblessures genezen

Afhankelijk van de blessure, zal worden gekozen voor de therapie. Tijdens een sporttherapeutisch onderzoek wordt de oorzaak van de blessure achterhaald waardoor therapie op maat wordt toegepast. Deze kan variëren van een oefeningen of taping zodat niet alleen tijdens het zwemmen maar ook in het dagelijkse leven, minder klachten zijn.
Opmerkelijk is het feit dat ook steunzolen tot de therapiemogelijkheden hoort. Deze kan in de dagelijkse bezigheden zorgen dat de stand van het lichaam weer goed staat, waardoor deze (en o.a. de knieën) tot rust kunnen komen.